donderdag 20 februari 2025

Fact or Fiction?



Er is al veel geschreven over The Handmaid’s Tale, een dystopie die onderhand beangstigend dicht bij de huidige werkelijkheid ligt. Zoals Margaret Atwood, de auteur van het boek waar de film op is gebaseerd, onlangs zei: “I wrote it as a work of fiction, not an instruction” .


Het boek las ik in 1990, het was in de jaren 80 uitgekomen en stond op de leeslijst bij een module van Vrouwenstudies, een vak dat ik als uitwisselingsstudent volgde aan de University of Southern Maine. Toen al maakte het verhaal een enorme indruk op me. Maar ik zag het echt nog als fictie, fantasy.  

Toen ik deel 1 van de serie jaren geleden bekeek, was de kloof tussen fictie en werkelijkheid al een stuk kleiner. Het lijkt vergezocht, maar het is niet uitgesloten dat het echt zo zou kunnen gaan. Ik werd er in gezogen en moest blijven kijken. Seizoen 2 was al net zo goed, seizoen 3 volgde, seizoen 4.. 


Seizoen 5 heb ik twee jaar laten liggen voor ik hem ging bekijken. Enerzijds is het mijn ervaring dat alle series, hoe goed ook, na seizoen 3 of 4 sporen van slijtage beginnen te vertonen. Ik wilde de herinnering aan mijn favoriete serie niet bederven met een teleurstellende kijk-ervaring. Maar er speelde nog iets anders mee. Geen enkele van de voorgaande seizoenen is me in de koude kleren gaan zitten. De onvoorstelbare dapperheid van mensen die met gevaar voor eigen leven ondergronds in verzet gaan, solidariteit, verraad, gevaar, wreedheid. Ik kon er soms niet naar kijken en toch moest ik wel blijven kijken. De handmaid’s tale gaat onder je huid zitten. 

Na de laatste aflevering van seizoen 5 bleef ik weer met dat onbehaaglijke gevoel zitten. En ik kan niet anders zeggen dan dat de gevreesde teleurstelling uit is gebleven. De beklemming is alleen maar groter geworden. Waarom: omdat de kloof tussen dystopie en werkelijkheid met angstig snel tempo kleiner wordt.


Wat de serie goed maakt, is dat de personages niet alleen goed of slecht zijn. Ook de personen die onderdeel uitmaken van het bestuur van Gilead, (een theocratische, fundamentalistische maatschappij waarin vrouwen tweederangsburgers zijn en LHBTQ personen voortdurend moeten vrezen voor hun leven), worden geconfronteerd met ethische dilemma’s . Een bevelhebber die wordt gezien als het brein, als de ontwerper achter Gilead, geeft op een gegeven moment zelf toe dat het systeem gefaald heeft. Een ander, die inmiddels een bepaalde status heeft verworven, verafschuwt het systeem maar kan alleen mensen helpen door in dat fascistische systeem te blijven functioneren, (te collabereren dus) het spel mee te spelen en heimelijk verzet te plegen, wat levensgevaarlijk is voor hemzelf en zijn dierbaren. En ‘tante Lydia’, die een afschuwelijke rol speelt in het drillen van de dienstmaagden (die in feite slavinnen zijn) en die we in het eerste seizen leren kennen als een keiharde wrede vrouw, zelfs zij komt uiteindelijk tot het besef dat het systeem, waar ze rotsvast in geloofde in het begin, wreed en onmenselijk is. Ook zij probeert, door haar functie te blijven uitoefenen, enige invloed ten goede aan te wenden, maar ook zij faalt daarin. 

Ondertussen wordt Canada overstroomd door vluchtelingen uit Gilead (de voormalige VS), ze zijn aanvankelijk welkom, maar naarmate hun aantal toeneemt slaat de publieke opinie om en krijgen ze steeds vaker te maken met haat, agressie en bedreigingen, tot ze ook daar niet meer veilig zijn en opnieuw moeten vluchten. 

Uiteindelijk is niemand veilig. In een wereld geteisterd door natuurrampen en oorlog is er geen 'veilige' plek meer . Iedereen probeert zijn eigen hachje te redden en zodra de bestaanszekerheid voor iedereen afneemt, neemt ook de tolerantie en welwillendheid tegenover vluchtelingen af. Iets wat we op ons eigen continent ook zien gebeuren.


Hoe hou je vrouwen onder de duim? Door een deel van de vrouwen privileges te geven en medeplichtig te maken. Verdeel en heers. Serena, echtgenote van een van de founding fathers van Gilead, - je zou haar zonder veel fantasie een tradwife kunnen noemen - gelooft heilig in het systeem, dat haar superieur maakt aan de dienstmaagd, die enkel goed is om kinderen te baren en te dienen - tot ze er zelf slachtoffer van wordt. Ook de ‘aunts’ zoals aunt Lydia, de wrede trainers van de dienstmaagden, genieten een zeker aanzien, al is ook dat uiteindelijk beperkt. 


Nee, vrolijk wordt je niet van The Handmaid's Tale. Maar als je behoefte hebt aan duiding, aan perspectief, inzicht in de menselijke natuur en maatschappelijke structuren en haar valkuilen, dan is THT een must watch (of mustread). Of we er ook nog enige hoop uit kunnen putten? Dat zal seizoen 6 ons -hopelijk -leren.


dinsdag 8 juli 2014

Reünie



Ze was een jaar ouder dan ik en zat een klas boven mij. Zoveel zou ik normaal dus niet met haar te maken hebben, ware het niet dat ze uit dezelfde buurt kwam als ik en net als ik met de bus naar school ging. We waren een groepje kinderen, in leeftijd variërend van 7 tot 12, busabbonnementjes bungelend aan een touwtje om onze nek - onze ouders hadden allemaal een reden om ons naar deze school te sturen, die bekend stond om een bepaalde vorm van onderwijs, in tegenstelling tot de school die bij ons in de buurt lag en bij de parochie hoorde. Katholiek onderwijs, uiteraard. Maar dan toch liever met iets minder allochtone kinderen - al was het geen officieel argument, ik weet zeker dat het meespeelde.

Waarom ze de pik op me had, weet ik niet. Waarschijnlijk was ik het ideale slachtoffer - net iets minder weerbaar, net iets trager in mijn reacties. Als ik er niet was geweest, als mijn ouders me naar die andere school hadden gestuurd, had ze ongetwijfeld een ander slachtoffer gekozen. Misschien had haar jongere zusje, die ze onwillig meezeulde en regelmatig afsnauwde - het dan nóg zwaarder te verduren gehad. Wie zal het zeggen.

Het lag natuurlijk aan mìj. Ik was de sukkel, de loser. Een rare,  een slome, een nerd. Anders dan de anderen. Die overtuiging, die mijn kinderziel binnensloop als een gemeen virus dat zich gaandeweg verspreidde, was zo hardnekkig dat het me jaren aan therapie heeft gekost om me van die overtuiging te bevrijden. Daaraan is zij niet als enige verantwoordelijk; toen ik op de middelbare school kwam -waar ik een nieuwe start hoopte te maken- begon het pesten opnieuw. Ik dacht van haar verlost te zijn, maar er kwam gewoon een ander, die de taak van haar overnam. Dit keer zat de pester wèl bij mij in de klas. Kon ik haar op de lagere school nog deels ontlopen - door een bus later of eerder te nemen, op de middelbare school was er geen ontkomen aan. Die tweede pest-periode op de middelbare school heeft er bij mij veel harder in gehakt dan de eerste. Ik vertrouwde niemand meer, voelde me eenzaam, waardeloos en depressief.


Toen ik onlangs een uitnodiging kreeg voor een reünie van mijn lagere school, heb ik uiteraard stil gestaan bij de mogelijkheid dat ik haar tegen zou kunnen komen. Hoe zou dat zijn? Was ik nog steeds bang voor haar? Nee, vreemd genoeg - en gelukkig maar - merkte ik dat dat niet het geval was. Ik was eerder nieuwsgierig: wat zou er van haar geworden zijn? Als ze er zou zijn, zou ik het dan gedurfd hebben? Om naar haar toe te gaan en te vragen: hee, waarom? Waarom deed je dat eigenlijk? Ik weet het niet, want ze was er niet - en haar jongere zusje evenmin.
Ik heb haar wel eens gegoogled. Facebook, Linked In, Schoolbank. Niks, noppes, nada. Het zegt niet veel, want de combinatie van haar voor- en achternaam komt waarschijnlijk duizenden keren voor. Die andere, die van de middelbare school, kán ik niet eens googlen, want ik weet haar achternaam niet meer.

Ik heb overigens een geweldig leuke reünie gehad. Bijgekletst met heel veel mensen van vroeger die ik al die tijd uit het oog was verloren. Herinneringen opgehaald en het verleden tot leven gebracht - het verleden, dat gelukkig ook heel veel goede momenten heeft gekend. Genoten heb ik! Niet langer het bange, verlegen meisje van vroeger. Slechts enkele keren heb ik terloops geinformeerd bij mensen die haar gekend zouden kunnen hebben, maar niemand wist iets over haar te vertellen.
Want de nieuwsgierigheid blijft. Wat drijft een pestkop? Pure slechtheid? Welnee. Waarschijnlijk was ze zelf slachtoffer. Van wat, van wie? Het kan zoveel zijn. Pesten is een signaal. Een signaal waar tegenwoordig gelukkig veel meer aandacht voor is dan vroeger, in 'onze' tijd.